Kijken en waarnemen tijdens het autorijden

Autospiegels

Binnenspiegel – buitenspiegel – dode hoek! Klinkt je dat bekend in de oren (uit een ver verleden)?

Bij veel van mijn cliënten is het goed gebruiken van de spiegels weggezakt of wordt als niet zo nodig gezien. “Ik kijk toch goed”. Nu ben ik op het moment bezig met een rijbegeleidingstraject en mijn cliënte bekijkt het ‘spiegel-trio’ minimaal drie keer voordat ze van rijstrook wisselt. En dan roept ze nog: “ik zie niks”, “ik weet niet of er toch ineens wat in mijn dode hoek zit”, “ik kijk voor de zekerheid maar wat vaker”. Ook hier geldt: teveel is niet goed.

Kijken en waarnemen

Kijken is niet hetzelfde als wáárnemen, zién. Je kan wel kijken, maar ZIE je ook iets? Het gaat er om of je werkelijk de omgeving ‘scant’. Met andere woorden, kan je voorspellen (voorzién) hoe de situatie zich gaat ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij het naderen van een voorrangsweg (hopelijk heb je überhaupt het bord gezien). Breng je op tijd je snelheid naar beneden zodat je de tijd hebt om te kijken hoe de situatie is en óf je veilig de voorrangsweg op kunt rijden. Dan wel moet je op het allerlaatste moment beslissen of je wel of niet de weg op kunt en alsnog eventueel een noodstop maken.

Nog een voorbeeld. Zie je in de verte een verkeerslicht op rood springen: rij je dan met dezelfde snelheid door tot vlak voor het verkeerslicht en rem je op het allerlaatste moment of reageer je meteen door je snelheid aan te passen en rustig naar het verkeerslicht toe te rollen en eventueel alweer door te kunnen rijden omdat het licht op groen gaat?

Rijstrook wisselen

Bij het wisselen van rijstrook, invoegen en uitvoegen, kijk je in je binnenspiegel, buitenspiegel én over je schouder = dode hoek. Zoals ik in een eerdere blog schreef, is de binnenspiegel bepalend voor de afstand tussen jou en de auto waar je voor wilt gaan rijden. Zie je de koplampen van die auto in de binnenspiegel dan is er genoeg ruimte.

Gedurende de rijbegeleiding laat ik cliënten dat altijd letterlijk zien door zodanig file te parkeren dat de koplampen nog zichtbaar zijn. Dan laat ik de cliënt uitstappen om te kijken hoeveel ruimte er nog tussen onze en de achterstaande auto is. “Jeetje dat is best veel zeg” krijg ik dan altijd te horen.

Tot ZIENS.

Noor