Berichten

Uit het rijangstdagboek van Rachel 20

Toen we onderweg even pauzeerden vroeg ik Noor of ze dat artikel ook had gelezen in de krant. “Welk artikel en in welke krant Rachel?” “O, ja, een artikel over rijangst in het Volkskrant Magazine op zaterdag.” “Dat heb ik inderdaad gelezen,” antwoordde ze, “wat vond je er van?”  “Nou, ik herkende er wel wat dingen in. Mijn rijinstructeur was ook zo ongedurig en ontevreden over hoe ik reed. Hij schreeuwde zelfs tegen mij. En toen ik mijn rijbewijs had, had ik geen geld voor een auto en woonde in Amsterdam, dus tja. Wat die journaliste beschrijft over al haar twijfels herken ik ook. Ken jij die psychotherapeute waar zij het over heeft?” “Jazeker. Toen haar boek over rijangst uitkwam, heeft ze contact met mij opgenomen. Ze verwijst ook wel cliënten naar mij,” vertelde Noor.

“Grappig trouwens,” ging ik verder, “dat die therapeute het over een filmpje maken heeft. Ik heb dat filmpje wat jij had gemaakt tijdens de vorige keer op de snelweg vaak gekeken. En ik moet eerlijk toegeven dat het daardoor ook minder eng wordt.”

Schellingwouderbrug

“Mooi,” zei Noor, “genoeg gekletst, we gaan naar de Schellingwouderbrug. Daar had je het laatst nog over. Wat is daar voor jou lastig?” “Nou, ehh vooral de aanloop er naar toe, die lange weg vóórdat je op de brug bent,” zei ik. “Mmm, hoe ziet die weg daar naar toe er dan uit voor je?” vroeg Noor. “Het lijkt wel een slang die aan het eind zijn kop omhoog doet,” antwoordde ik. “Klinkt niet aantrekkelijk inderdaad. Concentreer je eens op dat beeld, hoe ziet die slang er voor jou uit? Stap eens helemaal in het beeld en zie, voel, hoor hoe dat is voor je.”

Eerst vond ik het heel naar om echt zo dat beeld in te gaan maar door steeds iets te wijzigen in mijn voorstelling, voelde het al anders. Dus: op naar de brug!

Op weg daarheen zei ik tegen Noor dat ik het toch wel erg fijn vind dat ze zowel therapeute als rijinstructeur is. Zodoende heb ik eigenlijk alles in 1.

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 19

Helpende handen

Voordat we gingen rijden, wilde Noor eerst een interventie doen: helpende handen. Ze stelde dat voor omdat ik enerzijds de snelweg op wil en anderzijds niet durf. Volgens Noor kan zo’n innerlijk conflict heel mooi met behulp van deze hypnotische interventie worden uitgewerkt. OK, interessant.

Noor legde uit hoe het zou gaan en toen moest ik mijn onderarmen strekken en mijn handpalmen naar boven keren. Ik hoefde me alleen maar op mijn handen te concentreren terwijl Noor ondertussen van alles zei (kan me er eigenlijk niks van herinneren). Nou, wat er allemaal gebeurde weet ik niet maar het was zó apart. Ik voelde mijn angst verminderen terwijl mijn zelfvertrouwen groeide ten aanzien van de snelweg.

Handen aan het stuur

Toen we in de auto richting snelweg zaten werd ik toch een beetje nerveus. Ik zei tegen Noor dat ik bang was dat ik geen controle meer over mijn stuur zou hebben. “Dan neem ik het stuur toch van je over,” zei ze. “Huh, dat kan toch helemaal niet?” “Tuurlijk. Ik zal het even met je oefenen en als jij dan op de snelweg het idee hebt dat ik je moet helpen, dan zeg je het maar.” We reden een stukje verder en toen vroeg Noor “Ben je er klaar voor, dan neem ik het stuur over. Leg je handen maar op je benen.” En toen stuurde zij gewoon. Liet ook zien dat ze een bocht in kon sturen. Héél spannend maar ook erg fijn om te weten.

Snelweg of snel weg?

We kwamen in de buurt van de snelweg. Vlakbij nog een tankstation. “Mag ik even moed verzamelen bij het tankstation?” vroeg ik. Toen we daar stilstonden stelde ik voor om de snelweg de volgende keer te doen. “Nee” zei Noor met uitgestreken gezicht, “je betaalt toch niet een hoop geld om mij mee te laten gaan in jou vermijdingen?” Tja, daar zei ze zo wat. “Hoe lang wil je mij nog naast je in de auto hebben,” ging ze onverstoorbaar door. “Ik voel een bal in mijn buik,” prevelde ik. “OK, ga daar met je aandacht naar toe. Hoe groot is die bal?” vroeg Noor. Het voelde als vuistgrootte. “Kijk of je de bal kleiner kan maken, zo klein als een pingpongballetje, die zo lekker licht stuitert.” Dat lukte me, zelfs het stuiteren kon ik voelen.

“Mooi,” zei Noor, “en dan nu stuiterend van opgewonden nieuwsgierigheid een stukje de snelweg op!”

Uit het rijangstdagboek van Rachel 18

Zo zeg, ik heb echt een lange tijd Noor niet gezien. Eerst was zij op vakantie en daarna ik (was al gepland). Voor deze afspraak had ik al wel een extra ‘drempel gevoel’, alsof het de eerste rijbegeleiding was. Ik voelde me net zo zenuwachtig als die keer. Niet zo gek ook, want zoveel had ik nou ook weer niet gereden in al die weken. Ik hoor Noor nog zeggen tijdens de intake “tennissen leer je ook niet door een LOI cursus te volgen”.

O jee wat betekent dat ook alweer?

“Nou Rachel, hoe is het rijden gegaan”? Ik wist dat ze dat zou vragen en ik moest dus bekennen dat ik niet had geoefend tussentijds. “Ach wat jammer nou, hoe kwam dat dan”, vroeg Noor. Ik dreunde al mijn oude smoezen op: geen tijd, te warm, lekker op de fiets etc. “OK dan starten we maar met wat opfrissen, wat dacht je daar van”? Prima, wij de auto in en op pad.

Zijn we nog geen 5 minuten onderweg, vraagt Noor “Wat betekent dat bord eigenlijk”? “Welk”, vroeg ik om tijd te winnen. “Nou dat ronde met rode rand en kruis door het midden”. “Ehhh, effe denken, ik dacht verboden te parkeren aan beide zijden”. “Je zit in een richting die weliswaar niet helemaal goed is maar beter dan een cliënt van mij die zei dat het doodlopende straat betekende”.

Kennis is macht

“Weet je”, ging Noor verder, “toen ik nog rij- en theorieles gaf, had ik heel vaak leerlingen die deden alsof theorie en het theorie examen bedoeld waren om ze te pesten. En dat het alleen nodig was omdat je anders je praktijk examen niet kon doen. Je inzicht, gevaarherkenning en gedrag is gebaseerd op kennis. Als je niet weet wat een verkeersbord betekent, weet je ook niet wat je kan verwachten en dus ook niet wat je moet doen”.

Theorie opfrissen

“Het bord betekent verboden stil te staan. En het geldt uitsluitend aan de zijde van de weg waar het staat. Samen met het bord verboden te parkeren, zijn dit de enige borden die gelden aan de kant waar ze staan”.  “OK”, zei ik ietwat beschaamd, “heb je tips om mijn theoretische kennis op te halen”? “Ja hoor. Je kan bij mij een boekje kopen ‘veilig op weg, bijscholing/nascholing’. Verder heeft Veilig Verkeer Nederland opfriscursussen online. En Verjo heeft een leuke app: bordentrainer, kan je ook nog een wedstrijdje doen met je partner”.

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 17

Ik had het kunnen weten. Toen ik lol kreeg in dat vlot optrekken en harder rijden, maakte Noor daar meteen gebruik van door de noodstop erachteraan te willen doen. Mijn hart sloeg onmiddellijk over toen ze het voorstelde. Er was natuurlijk geen weg terug.

Noodstop

“OK Rachel, nu je zo lekker vlot kunt optrekken, ga je de noodstop doen. En wel zodanig dat je de ABS gebruikt en voelt. Weet je wat ABS is?” Ik knikte, want dat had ik in het boekje gelezen. Gelukkig deed Noor het eerst een keer voor. “Als je achter het stuur zit, is het minder spannend dan waar jij nu zit hoor. Hier heb je de controle,” grijnsde ze. Na haar demo moest ik. Zo hard mogelijk rijden (50 km) en als Noor “stop” riep, vol in de rem. Ze had gelijk, achter het stuur was het iets beter te doen. Maar echt leuk vond ik het niet.

Cruise control

“Nu we toch bezig zijn, kan je gelijk als we naar de helling rijden de cruise control gaan gebruiken. Dat is zuiniger en meer ontspannen en dat kan je wel gebruiken denk ik.” Ik keek Noor aan, “dat durf ik niet hoor.” “Hoezo niet?” “Nou, dan heb ik het gevoel geen controle te hebben.” “Hoezo zou je geen controle meer hebben? ” “Ehhh, dat ik niet meer kan gasgeven,” mompelde ik. “Gas geven kan je altijd. Ik denk juist dat het een stuk rustiger voor je wordt als je niet de hele tijd op je gaspedaal zit te drummen.” “Mijn partner vindt het ook niks,” wierp ik nog in de strijd. “Heeft die het dan wel eens geprobeerd?” vroeg Noor natuurlijk. Dat kon ik niet bevestigen.

Toen Noor het een en ander had uitgelegd en laten zien, ging ik weer op weg. Zodra het mogelijk was, moest ik van Noor de cruise control aanzetten. “Kan ik nu mijn voet van het gaspedaal halen?” vroeg ik. “Ja hoor, doe maar en merk wat er dan gebeurt,” reageerde Noor. Het was zo’n rare gewaarwording en stiekem vond ik het ook wel relaxt.

Hellingproef

Ondertussen waren we bij de helling aangekomen waar ik de hellingproef moest doen. Ik had tegen Noor gezegd dat ik dacht dat het moeilijker was dan met mijn oude Toyota. “Nou, rij de helling maar op en zet de auto halverwege stil,” zei Noor. Toen ik daar halverwege stond, kreeg ik het zweet in mijn handen. Ik was doodsbang om naar achter te rollen. “Rij maar weg”, hoorde ik Noor zeggen. Voorzichtig haalde ik mijn voet van de rem en zette die op het gaspedaal. De auto reed zómaar naar boven!

Noor keek me lachend aan. “Ging goed hè. Zo handig die Hill Start Assist!” “Wat is dat dan?” vroeg ik verbaasd. “Dat is een hulpsysteem waarbij de auto ongeveer 2 seconden blijft staan zodat jij je voet van de rem naar het gaspedaal kunt verplaatsen. Handig toch. Weer een stukje minder spanning!”

Inderdaad, héél handig. Ik had weer genoeg om thuis te vertellen.

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 16

Toen Noor met Pasen aan het rondtoeren was met haar motorclub in Luxemburg, ben ik op auto jacht gegaan. Ik werd zo nerveus van mijn oude auto, de rijangstbegeleiding werd daar niet positief door beïnvloed. Ik had met de tips van Noor alvast wat voorwerk gedaan zodat ik gericht kon zoeken.

Bij onze volgende afspraak stond mijn nieuwe auto mét automaat voor de deur. Ik ben nu de trotse bezitter van een Citroën Cactus. Noor vond het een mooie auto en was zeer content met de grote voorruit. Ik vertelde dat ik het Citroënboekje al grotendeels had doorgenomen. Dat kon Noor wel waarderen.

Wennen aan al dat nieuws

Maar ja, al dat nieuws is ook wel eng en erg wennen natuurlijk. Snelheid maken is echt een dingetje hoor. Bij mijn oude Toyota ging dat makkelijker vond ik. “Nou,” zei Noor, “ik ben benieuwd. Laten we dan eerst maar naar dat landweggetje gaan en het een en ander uittesten.” Shit, dacht ik, had ik maar niks gezegd. “Volgens mijn partner gaat het ook langzamer hoor,” pruttelde ik. “Maakt niet uit, wíj gaan samen kijken wat jou nieuwe bolide kan,” grijnsde Noor. Met enigszins knikkende knieën reed ik naar het bewuste landweggetje. “Mooi, lekker rustig, kunnen we prima racen en remmen!” riep Noor met een knipoog.

De moed zakte me in de schoenen, doodeng vond ik het. “Ik doe het niet hoor, veel te eng,” wierp ik tegen. “Wat vind je eng,” vroeg Noor. “Nou, hard optrekken en rijden, ik ben bang dat ik de controle verlies.” “En waarom zou je nu opeens de controle verliezen? Als je voor je uit blijft kijken en het stuur gewoon op kwart voor drie vasthoudt, heb je toch controle? Zal ik het eerst voordoen?” “Ja graag,” zei ik met een bibberend stemmetje, “maar niet al te hard hoor!”

Gásgeven

We wisselden van plek en ik greep me aan de stoelrand vast. Ik kende Noor inmiddels een beetje, dus die zou wel gaan ‘planken’ zoals zij dat noemt. “Ben je er klaar voor? Dan ga ik deze Cactus eens op zijn staart trappen,” lachte ze naar mij. En ze trapte het gaspedaal in en we ‘vlogen’ voor uit. “Hoezo maakt ‘ie geen snelheid? Als je écht gas geeft, gaat ‘ie als een speer! Nu jij Rachel.” “Nee, ik durf dat echt niet hoor.”

Lef hebben

“Joh, je hebt het lef gehad met mij in zee te gaan, je hebt het lef gehad zelf een nieuwe auto te kopen, dan kan je dit ook. Ga het eerst eens doen en merk hoe dat is.” Met lood in mijn schoenen ging ik weer achter het stuur zitten. “OK, zo diep mogelijk het gaspedaal intrappen en voor je uit blijven kijken. Gó!” riep Noor. Voorzichtig reed ik weg. “Hallo, ben je tachtig of zo. Kom op meid, écht intrappen dat gas.” En ja hoor, na de vierde keer durfde ik vol te gaan! Toch wel kicken.

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 15

Het had echt geholpen die oefening met de bal in mijn maag, merkte ik toen we weer aan het rijden waren. Na een kwartiertje zei Noor: “Nou Rachel, je vertelde dat je je beter voelt met betrekking tot de spanning in je maag. Zullen we dan nu overgaan naar het overnemen van het stuur?” O ja, dacht ik, dat wilde ze ook nog doen.

Stuur uit handen

Noor legde uit dat zij, als ik er klaar voor was, mijn stuur zou overnemen en mij zou laten ervaren dat zij kan sturen als ik het even niet meer kan/durf. “Pff, eng idee hoor”, wierp ik tegen, “dan heb ik geen controle meer”. “Tja, en dat is nou net waar je van zei dat je daar bang voor bent: geen controle over het stuur houden. Lekker dubbel hè: nou mag je de controle loslaten en dan is dát eng. Kijk, als ik het stuur overneem, dan heb ik de controle. Dat wil ik juist met je oefenen zodat op het moment dat jij dénkt dat je het stuur niet onder controle kan houden, ik het even van je over kan nemen. En dat doe ik alléén als jij daar expliciet om vraagt. Duidelijk?” Ja, laten we het maar gaan oefenen”, zei ik.

Stuur loslaten

“Zeg maar wanneer ik het stuur over kan nemen.” “OK, nú”, riep ik. Noor legde heel rustig haar linkerhand op het stuur en zei mij mijn handen op mijn benen te leggen. Wauw, wat een raar gevoel! “Straks komt er een bocht”, riep ik verschrikt terwijl ik in de verte een bocht zag liggen. “Blijf ademhalen en ervaar dat ik ook die bocht in kan sturen”, antwoordde Noor kalm. Na de bocht mocht ik het stuur weer overnemen.

“En, hoe was dat?” “Ja, ehh, gek, spannend en ook wel een fijn idee dat jij dat kan. Raar om met mijn handen op mijn benen te zitten terwijl de auto doorrijdt. Het geeft me ook wel rust.”

“Even voor de duidelijkheid: ik doe dit dus alléén als jij er om vraagt. Als je even ondersteuning wilt bij het sturen. Afgesproken?” “Ja baas, afgesproken!”

Rachel

 

Uit het rijangstdagboek van Rachel 14

We waren al even onderweg toen Noor zei dat ze mij zo stil vond. “Waar zit je met je gedachten Rachel?” vroeg ze. “Ik kan niet in je hoofd kijken dus denk eens hardop.” “Nou, ehh,” hakkelde ik, “ik vind het nogal stom van mezelf, eigenlijk schaam ik mij er ook wel voor.” “Hmm, heb ik ooit iets stom van jou gevonden, zijn er eigenlijk stomme gedachten,” reageerde Noor. “Het is handiger om te vertellen waar je mee zit want dan kan ik kijken hoe ik je kan ondersteunen. Gedachten lezen zat niet in mijn opleiding.” Daar moest ik wel effe om grinniken.

Bal in mijn buik

“OK, ik ben bang dat ik het stuur niet onder controle kan houden,” zei ik snel. “Dat is klare taal. Waar voel je die angst?” vroeg Noor. “Tja, een soort bal in mijn buik,” mompelde ik. “Goed, dan wil ik twee dingen met je doen,” ging Noor verder. “Eerst iets met de bal in je buik en daarna gaan we aan de slag met het stuur. Zoek een plek waar we even veilig stil kunnen staan.”

Toen ik de auto had geparkeerd, vroeg Noor mij me op die bal in mijn buik te concentreren. Daar had ik eigenlijk niet zo’n zin in want zo’n lekker gevoel was dat nou ook weer niet. Maar OK, die oefeningen van Noor zetten meestal zoden aan de dijk. “Hoe groot is de bal in je buik?” hoorde ik haar vragen. “En wat voor kleur heeft ‘ie en is ‘ie hard of zacht, ligt ‘ie stil of zit er beweging in?” Rare vragen dacht ik, maar door me er op te concentreren, kreeg ik wel een beeld. “Nou,” zei ik, “hij is vuistgrootte, donkerbruin en hard.”

De verandering

“Hmm, kijk eens of je de kleur kunt veranderen. Wat merk je dan?” Gek zeg, dat voelde al beter. Vervolgens kreeg ik de opdracht de bal kleiner en zachter te maken en het voelde steeds een stukje beter. We stopten toen er geen verandering meer voelbaar was. “Dit was zeker weer zo’n NLP-dinges van je hè”, vroeg ik. “Inderdaad”, antwoordde Noor, “ga maar weer rijden en bij de verkeerslichten links de N247 op.”

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 13

Wat mij nú weer is overkomen. Die Noor heeft altijd verrassingen. Ik vertelde dat ik er zo van baal dat mijn angst maar niet weggaat. Waarop zij vroeg wat ik zoal doe om de angst uit de weg te gaan (haha, uit de WEG te gaan, dacht ik).

“Nou, niet aan denken, op de fiets gaan, geen snelwegen rijden, halve oxa nemen, met het OV, mijn vriendin vragen.” “OK”, reageerde Noor, “dat is best heel wat wat je doet en helpt het?” “Ja, op dat moment wel”, antwoordde ik. “Inderdaad, op het moment, dus op de korte termijn. En volgens mij wil jij een langere termijn oplossing. Toch?” “Ehh, ja dat zou wel fijn zijn, maar ja, die angst hè.”

In de val

Toen vroeg Noor of ik een experiment wilde doen. Daar stemde ik mee in. Ze haalde een soort gevlochten rietje uit haar tas en gaf dat aan mij met de instructie aan beide kanten mijn middelvinger er in te steken tot de toppen elkaar raakten. Nou, appeltje eitje natuurlijk. “Mooi, en haal nu je vingers er maar weer uit.” Dus ik trok mijn vingers naar buiten, wat denk je, dat ging niet. Dat ding waar mijn vingers in zaten, trok zowat vacuüm. Ik kreeg het Spaans benauwd. Hoe meer ik trok, hoe vaster ik kwam te zitten.

Ruimte creëren

“Laat je vingers weer eens naar elkaar toe gaan en merk dan wat er gebeurd,” hoorde ik Noor zeggen. Ik deed wat ze zei alhoewel ik liever zo snel mogelijk uit dat ding weg wilde. Tot mijn verbazing kwam er weer wat ruimte om mijn vingers. “Blijf daar even en merk wat je mogelijkheden zijn,” zei Noor. Ik ademde wat rustiger en ontdekte dat door de ruimte er ook mogelijkheid was van bewegen. En zonder getrek en gesjor kon ik mijn vingers er uit halen.

Herkenning

“Waar doet dit je aan denken,” vroeg Noor. “Angstige, benauwende situaties waar ik meteen van weg wil.” Het begon mij te dagen. “Ohh, ik zie een verband met dat filmpje dat je mij stuurde, die Demons on a boat,” riep ik. “Heel goed mevrouw,” grijnsde Noor, “wat concludeer je dan nu?” “Uhh, dat het handiger is de angst toe te laten en van daaruit te kijken wat mogelijk is?” “Precies. De vraag is niet hoe je zo snel mogelijk weg moet uit de situatie, de vraag is hoe je binnen de gegeven omstandigheden meer bewegingsruimte kunt creëren. Hoe meer weerstand, verzet, hoe minder bewegingsruimte je krijgt in je leven.”

“Komt dit ook uit ACT?” vroeg ik. “Yes, en dat ding heet Chinese vingerval,” lachte Noor, “kom op de auto in en gaan!”

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 12

Nou, ik kon meteen aan Noor zien toen ze binnen kwam lopen dat ze goed weer had gehad tijdens haar vakantie. Bruine kop zeg, om jaloers op te worden. “Ja, het was weer heerlijk in Marokko”, antwoordde Noor, “en verkeerstechnisch was het ook weer bijzonder interessant.” “Hoezo dat dan?” vroeg ik.

Kruispunten

“Omdat de automobilisten zich daar nog minder aantrekken van verkeersregels dan hier in Nederland. Claxonneren doen ze sowieso erg vaak maar nu nog meer doordat de bestuurders daar ook hun mobieltjes heilig hebben verklaard. Dus bij verkeerslichten duurt het nogal voordat ze gaan rijden bij groen licht. Op kruispunten doet ook iedereen maar zo wat.

Over kruispunten gesproken, daar gaan wij vandaag ook naar kijken. Genoeg gepraat Rachel, we gaan de auto in”. Na een kwartiertje moest ik de auto aan de kant zetten. Noor complimenteerde me voor het gereden stuk en vroeg toen wat voor soorten kruispunten ik ken en hoé ik een kruispunt herken.

Kruispuntherkenning

“Ehhh, een voorrangskruispunt enne een gewoon kruispunt”, antwoordde ik. “OK, en ik denk dat je met een gewoon kruispunt een gelijkwaardig kruispunt bedoelt. Hoe zit het daar met de voorrang?” Gelukkig, dacht ik, dat weet ik. “Iedereen van rechts heeft voorrang”. “Iedereen?” vroeg Noor. “Nou, voetgangers niet. Maar toch wel fietsers?” Noor knikte bevestigend en vroeg me wanneer je voetgangers wél voor moet laten gaan. “Bij uitritconstructies gaat al het verkeer voor”, riep ik enthousiast. “Zo, volgens mij heb jij je theorie tijdens mijn vakantie opgefrist. Goed hoor. En behalve aan borden, waar kan je nog meer aan zien dat je een kruispunt nadert”?

“Stoplichten, afslaand verkeer, van die dingen op de weg, ronde stoeprand”, somde ik op. “Toppie Rachel. Die dingen op de weg, bedoel je daar bijvoorbeeld een vluchtheuvel of verkeersdruppel mee?” “Ja, die ja”. “OK, er zijn nog een paar herkenningspunten. Wat dacht je van verkeersdrempels, wegmarkeringen, onderbreking tussen huizen en/of geparkeerde auto’s en straatnaambordjes”. “Jeetje dat is eigenlijk best wel veel hè waar je het aan kan zien”. “Klopt, en dan ga je het nu ook ZIEN en herkennen. Ga maar lekker tuffen en vertel elke keer als je een kruispunt nadert waar je het aan hebt herkend”, zei Noor. En hup we gingen weer op weg.

Rachel

Uit het rijangstdagboek van Rachel 11

Nadat we even hadden gepauzeerd begon Noor over het gebruiken van de spiegels bij het wisselen van rijstrook. “Binnenspiegel, buitenspiegel, dode hoek. Klinkt je dat bekend in de oren, misschien uit een ver verleden?” Nou, dacht ik, volgens mij kijk ik wel goed. “Ik kijk wel driemaal voordat ik van rijstrook wissel”, antwoordde ik. “O ja, en wat maakt dan dat je dat zo doet?” vroeg Noor mij. “Nou, ik weet niet of er toch ineens wat in mijn dode hoek zit”,  ik kijk voor de zekerheid maar wat vaker”, antwoordde ik.

Kijken en waarnemen

“Je kan wel tién keer kijken maar dat is niet hetzelfde als wáárnemen, zién. Het gaat er om of je werkelijk de omgeving ‘scant’. Met andere woorden, kan je voorspellen (voorzién) hoe de situatie zich gaat ontwikkelen?” Tja dacht ik, ehh daar ben ik niet zo’n kei in geloof ik. “Wat moet ik me daar dan bij voorstellen?”, vroeg ik. “Nou, bijvoorbeeld als je een voorrangsweg nadert, hopelijk heb je überhaupt het bord gezien. Wat doe je dan met je snelheid? Breng je die op tijd naar beneden zodat je de tijd hebt om te kijken hoe de situatie is en óf je veilig de voorrangsweg op kunt rijden. Of beslis je op het allerlaatste moment of je wel of niet de weg op kunt en alsnog eventueel een noodstop moet maken?”.

“Hmm, ok dat snap ik”, reageerde ik. “Dus als ik in de verte een verkeerslicht op rood zie springen is het de vraag of ik met dezelfde snelheid doorrij tot vlak voor het verkeerslicht en op het allerlaatste moment rem. Of dat ik reageer door meteen mijn snelheid aan te passen en rustig naar het verkeerslicht toe rol en eventueel alweer door kan rijden omdat het licht op groen gaat?” “Precies, high five lady”, lachte Noor.

Rijstrook wisselen

“En nu we toch zo lekker bezig zijn over kijken en spiegels, welke spiegel is bepalend voor de afstand tussen jou en de auto waar je voor wilt gaan rijden?”, vroeg Noor. Shit, dacht ik, wat ben ik toch veel vergeten, en biechtte dat maar meteen op. “Eerlijk antwoord Rachel”, zei Noor. “De binnenspiegel is bepalend. Als je de koplampen van de auto waar je vóór wilt in de binnenspiegel ziet, dan is er genoeg ruimte. Rij maar even een stukje door en parkeer de auto aan de rechterkant voor die Toyota zodanig dat je de koplampen nog kan zien”.

Ik deed wat me opgedragen was. Toen liet Noor mij uitstappen om te kijken naar de ruimte tussen mijn auto en die Toyota.  “Jeetje dat is best veel zeg”, riep ik met verbazing.

Rachel