Berichten

De scholen zijn weer begonnen! De leerlingen gaan er heen.

De scholen zijn weer begonnen! 

In alle delen van het land is de vakantie voorbij en gaan de kinderen weer naar school. Dat is altijd wennen voor zowel de ouders als de kinderen. Vroeg opstaan en de hele dag in de schoolbanken lessen volgen valt niet mee de eerste weken.

Scholieren moeten weer wennen om zich lang te concentreren en wennen aan hectische verkeerssituatie. Sommige gaan voor het eerst zonder begeleiding naar school en moeten zich de route/weg nog eigen maken.

Een kwetsbare groep

De groep 12 – 18 jarige is een kwetsbare groep. De jongste zijn vaak door ouders naar school gebracht en gaan nu zelfstandig. Zij hebben een minder ontwikkeld besef van het verkeer en de mogelijke gevaren daarvan. In alle leeftijdsgroepen geldt de afleiding door vriendjes en vriendinnetjes. Daarnaast DE telefoon: appen; bellen; instagrammen en selfies maken.

Automobilisten moeten dus extra alert zijn voor deze groep weggebruikers. Scholieren die in groepen over de weg fietsen en zwalken hebben weinig oog en oor voor wat er om hen heen gebeurt. Dus automobilisten: let extra op.

Hou je aan de verkeersregels

Breng je zelf je kind met de auto naar school, hou je dan ook aan de regels. Parkeer niet lukraak, kijk meer/beter om je heen en hou je aan de snelheid! De 30 km zones zijn er niet voor niks. Je remweg bij 30 km is ruim 13 meter. Rij je 35 km dan is dat al 16,5 meter. Het verschil van tot stilstand kunnen komen of iemand op je motorkap krijgen.

Gaat je kind voor het eerst alleen naar school, oefen dan de route samen een aantal malen. Geef zelf het goede voorbeeld ten aanzien van telefoongebruik: UIT tijdens het rijden/fietsen.

Een goed schooljaar met veilige kilometers.

Noor

 

Rijden in het donker, waar houd je rekening mee?

De dagen worden wel wat langer maar toch aan het eind van een werkdag is het vaak alweer donker. Je bent moe van een dag flink aanpoten en dan nog naar huis. Hoe kan je nou zo veilig en vlot mogelijk thuiskomen?

Zorg voor schone ramen

In donker rijden vraagt extra concentratie en is dus vermoeiender dan overdag rijden. Door schone ramen houd je je blik meer op de weg en hoeft je focus niet te wisselen tussen vuil en verkeer.

Gebruik groot licht zodra het kan

Het gebruik van groot licht is toegestaan tussen zonsondergang en zonsopgang. Zolang je het overige verkeer niet hindert. Maak hier gebruik van! Is de (snel)weg voor je in beide richtingen leeg en is er geen verlichting? Gebruik je groot licht. Dit zorgt behalve voor meer zicht ook voor meer rust tijdens het rijden. En je ziet eerder veranderingen in het wegdek.

Word geen slaaprijder

Heb je een lange rit voor de boeg, hou je dan aan 2 uur rijden en 15 minuten pauze. De eentonigheid van een nachtelijke rit zorgt er voor dat je sneller moe wordt. Zeker in combinatie met de hoge concentratie. Zorg er daarom ook voor dat je tussendoor wat eet en voldoende drinkt.

Houd je aan de maximum snelheid 

Even lekker het gaspedaal intrappen omdat de weg toch leeg is, is erg verleidelijk maar doe het niet! De maximumsnelheid is er niet voor niets. Hierdoor kun je sneller reageren op onverwachte bochten of veranderingen in het wegdek. Hard rijden vraagt nog meer concentratie en je wordt er nog sneller moe van. Wat weer inhoudt dat je eerder moet stoppen. Weg tijdwinst.

Rook niet en zet de verwarming niet te hoog tijdens het rijden

Roken verlaagt het zuurstofgehalte in de auto. Daardoor word je nog sneller moe. Sowieso slim om af en toe het raam open te zetten om frisse lucht binnen te laten. Lekker die warmte in de auto, maar ook hier word je sneller moe en duf van. Toch koud? Af en toe de verwarming aan richting je voeten. Je ledematen warmen sneller op en die zorgen voor het opwarmen van de rest van je lijf.

Focus niet op één punt

Tijdens rijden in het donker leg je sneller je focus op één punt. Dit maakt het eentonig, vermoeiend, maar ook gevaarlijk! Houd je blik breed, blijf scannen.

Tegenliggers met groot licht

Net als jij kunnen tegenliggers ook groot licht voeren en vergeten om hun licht te dimmen. Kijk niet in de lichten maar naar de rechter wegmarkering. Gebruik die als leidraad voor jou rijstrook. Waarschuw in de tussentijd de tegenligger via lichtsignalen.

Veilige kilometers. Groet, Noor

 

Gladheid en sneeuw! Winterpret?

Wat te doen

Tja, de sneeuw en gladheid zijn weer even het land uit. Ik kan na één week niet rijden weer lekker op mijn motor rondtuffen.

Denk nou niet bij deze blog “het is mosterd na de maaltijd” want de winter is nog niet voorbij. Ik hoop natuurlijk dat iedereen goed over de gladde wegen is gekomen, maar hier nog wat tips voor een mogelijk aankomende gladheidsperiode. Met dank aan RijschoolPro.

Houd afstand

Een glad wegdek maakt de remweg langer, een goede volgafstand is dus belangrijk. Het makkelijkste hulpmiddel voor tijdens het rijden is de 2 seconden-regel. Daarbij kijk je wanneer het voertuig voor je een bepaald punt passeert en tel je de tijd die verstrijkt totdat jij dat punt passeert. Voor een veilige afstand moet er minstens twee seconden tussen zitten, bij gladheid meer.

Wees zichtbaar

Goede verlichting is van groot belang. Niet alleen om goed zicht te hebben, maar vooral ook om goed gezien te worden. Het dimlicht is niet altijd ingeschakeld bij de automatische lichtstand. Zet het dimlicht aan. Goed zicht hébben betekent dat je je auto sneeuw- en ijsvrij maakt voordat je de weg opgaat.

Gecontroleerd wegrijden

Het is belangrijk dat je het gaspedaal gecontroleerd gebruikt. Te snel optrekken kan leiden tot glijpartijen. Je hebt geen controle over je auto. En je kan je ingraven in de sneeuw. Naast gecontroleerd gebruik van het gaspedaal moet je ook de koppeling rustig op laten komen.

Banden

Bestuurders in Nederland zijn, in tegenstelling tot Duitsland, niet verplicht op winterbanden te rijden in de wintermaanden. ANWB adviseert de Nederlandse automobilist dit echter wel te doen, omdat dit de remweg verkleint.

Remmen

Ook niet geheel onbelangrijk: goed gebruik van de remmen. Ook al hebben winterbanden in de winterperiode relatief een kortere remweg, door gladheid kan dit worden opgeheven. Houd je snelheid goed in de gaten en begin op tijd met remmen. Moet je een noodstop maken, dan zorgt het antiblokkeersysteem (ABS)  dat je auto bestuurbaar is tijdens een ongecontroleerde remming. Moderne auto’s hebben ABS. Wanneer de auto begint te glijden, hou dan de rem volledig ingetrapt. Als je auto niet beschikt over ABS, dan is pompend remmen raadzaam.

Wanneer je de auto parkeert, gebruik dan geen (elektrische) handrem: de remblokken kunnen namelijk vastvriezen aan de schijf. Zet je auto gewoon in de versnelling.

Let op fietsers en voetgangers

In de winterperiode zijn voetgangers en fietsers vaker betrokken bij een verkeersongeval dan in het voorjaar en zomer. Belangrijk is dat zij goed zichtbaar de weg op gaan. Jij als automobilist moet op jóu beurt rekening houden met de risico’s van deze zwakkere weggebruikers.

Veilige kilometers.

Groet,

Noor

80 en toch nog achter het stuur?

De oudere automobilist en een opfriscursus

Goede bijscholing van oudere automobilisten is belangrijk, leuk en nuttig. Van de ouder wordende mens is bekend dat die, dat is nu eenmaal een natuurlijk proces, langzaamaan meer moeite heeft om alles bij te houden. Zo ook het verkeer. Het verkeer lijkt steeds sneller te gaan als je ouder wordt. Deels omdat het ook echt steeds sneller gaat, maar vooral omdat het in de hersenen allemaal wat trager gaat verlopen. Dat maakt van ouderen zeker geen standaard brokkenmakers. Jongeren in de leeftijdscategorie 18 – 24 vormen gemiddeld een veel groter gevaar op de weg.

Naast mensen met rijangst, begeleid ik tevens oudere bestuurders. Een erg leuke groep mensen om mee te werken. De leeftijd varieert van eind zestig tot eind tachtig. Sommige ouderen benaderen mij omdat ze hun kennis en vaardigheden willen opfrissen. Dat kan dan zijn omdat ze een tijd minder hebben gereden of omdat ze merken dat het allemaal niet zo soepel meer gaat.

Een andere veel gehoorde reden mij te bellen, is vanwege het ziek worden of overlijden van de partner. In dit geval betreft het vrijwel altijd de vrouw die gedurende het huwelijk naast de echtgenoot in de auto zat. Ziekte of overlijden maken het dan noodzakelijk zélf weer het stuur ter hand te nemen. Zowel om de eigen vrijheid te behouden als om kinderen en kleinkinderen te kunnen (blijven) zien. Kortom vergroten van actieradius en mogelijkheden.

Verkeersregels

Onzekerheid over de verkeersregels, gebrek aan vaardigheden en routine hoor ik veelvuldig als reden om een opfriscursus dan wel een heel begeleidingstraject te willen doen.

Ik heb een set van twintig theorievragen samengesteld die ik toestuur en tijdens de eerste bijeenkomst doorspreek. Het leuke van de vragenset is, dat cliënten het ook gaan bespreken met (klein-)kinderen en vrienden. De steen in de vijver.

En verder gaan we natuurlijk de (snel)weg op. Tijdens de ritten wordt er uiteraard ook aandacht besteed aan de regels en de veranderingen in het verkeer(sbeeld).

Tot ziens.

Noor

Rijangstbegeleiding

Hoe kom ik nou toch aan die rijangst?

Je ervaringen en emoties worden opgeslagen in je brein. (Rij)angst ontstaat door de wijze waarop je een ervaring in je hersenen/geheugen opslaat. Door een bepaalde situatie een emotionele waardering te geven (en als zodanig in je geheugen op te slaan), kan je een toekomstige soortgelijke situatie herkennen en daar op reageren. Dus emoties worden gekoppeld aan zintuiglijke ervaringen en de daarmee verbonden mensen, dieren of voorwerpen.

Tijdens periodes van (veel) stress kan plotseling paniek ontstaan en die paniek wordt dan gekoppeld aan de omgeving (tunnel, snelweg, brug etc.) waarin dat gebeurde. Vanaf dat moment ga je die plek vermijden en zo ontstaat rijangst. We hebben in ons hoofd een soort alarmsysteem. Op het moment dat je iets angstigs ziet (tunnel), zet dat als het ware het alarm aan. Dat heeft tot gevolg dat je fysiek van alles gaat voelen: zweten, hartkloppingen, duizelingen, trillen. Deze gevoelens zetten je (ramp)gedachten in werking waardoor het alarm nog harder gaat en je geheugen activeert. Daar waren al negatieve herinneringen opgeslagen welke nu zorgen dat je niet verder gaat/rijdt. Weer een negatieve bevestiging erbij!

In de rijangstbegeleiding ligt de focus op het ‘verzamelen’ van positieve ervaringen. Elke positieve ervaring kan een negatieve vervangen. Aan het eind van een rijbegeleidingstraject evalueer ik en vraag ik onder andere ‘waar heb je het meest aan gehad’? Een aantal antwoorden hierop:

  • Door de moeilijke momenten heen gaan.
  • Omgaan met de paniek en angst, overwinnen door te doen.
  • Nieuw gedrag leren en inoefenen, zodat de moeilijke momenten niet meer eng zijn.
  • Overwinnen van de angst door het te doen met de fijne en rustige begeleiding van Noor.
  • Rust van Noor, kleine aanwijzingen, de-dramatiseren, vertrouwen in dat ik het kan.

En hoe gaat het nu met mijn ex-cliënten?

  • Meteen de dag na de laatste begeleiding zelf naar Frankrijk gereden. Het gaat heel goed, veel gereden in Frankrijk.
  • Op vakantie in Amerika uren achter elkaar snelweg gereden én een brug van 10 km over het water!
  • Ik rij overal weer naar toe. Soms zit ik ‘er tegen aan’ en denk dan: Noor zit op de achterbank, dat geeft vertrouwen.

Er is hoop. En licht aan het eind van de tunnel.

Tot ziens,

Noor

Autorijden in de herfst

De herfst is een prachtig jaargetij. Overgang naar stilte, bezinning. Vol van veranderende kleuren. Maar ook een tijd met heftige wind, regen en mist. Voor het autorijden in de herfst zijn een aantal zaken van belang. In willekeurige volgorde de volgende aandachtspunten.

Laagstaande zon

Rijden met een zonnebril op in de zomer, is normaal. Maar ruim je zonnebril niet meteen op zodra de bladeren van de bomen beginnen te vallen. Het wordt eerder donker, echter de zon komt ook sneller laag te staan. Dat is meestal extra hinderlijk tijdens het autorijden, laagstaande zon kan het zicht belemmeren. De zonneklep volstaat dan niet dus zorg dat je een zonnebril bij de hand hebt. Houd ook meer afstand tot de auto voor je. Want als de zon achter je staat, word je minder goed waargenomen dan bij normaal zonlicht.

Ruitensproeivloeistof

Zorg dat je in de koude maanden altijd ruitenwisservloeistof met antivries gebruikt. Het staat op de fles, en je ziet het aan de kleur: roze vloeistof is voor de zomer en blauwe (met antivries) voor de winter. Alleen met een volle ruitenwisservloeistoftank kom je er niet. Goede ruitenwissers zijn ook onmisbaar. Als de ruitenwisserbladen droog aanvoelen of strepen geven, vervang ze dan!

Winterbanden

Nat wegdek en (natte) bladeren op het wegdek zijn redenen waarom het autorijden in de herfst uitdagender is. Alles wordt gladder: witte lijnen, putdeksels en bij nachtvorst vriest het water op. Zorg in ieder geval voor meer afstand ten opzichte van je voorganger en pas je snelheid aan bij zware regen. De beste risicovermindering met nat wegdek, is het vervangen van zomerbanden door winterbanden. Vaak hoor ik automobilisten zeggen “ja maar dat hoeft toch niet in Nederland dat is toch als je op wintersport gaat?”

Winterbanden zijn niet verplicht in Nederland maar het wordt wel aangeraden. Winterbanden hebben een dieper profiel zodat ze meer water weg kunnen leiden. Ook zijn ze van zachter rubber en dat reageert beter op een koud, glad wegdek.

Bandenspanning

Tot slot nog de bandenspanning. Wellicht zie je wel eens die lichtreclame: ‘controleer regelmatig je bandenspanning’? Dat geldt voor iedereen. Denk dus niet, ach dat doet de garage wel. Want als het goed is kom je daar niet elke twee maanden.

De adviesspanning is gebaseerd op koude banden. Als een auto een tijdje heeft gereden zijn de banden warm, en moet er +0,3 bar bij. Door regelmatig je banden te controleren, bespaar je enkele tientallen euro’s per jaar aan brandstof en dus minder uitstoot. Banden op spanning rijden niet alleen zuiniger, het vermindert  bandenslijtage, dringt de geluidsoverlast terug en ze dragen bij aan de verkeersveiligheid door een betere grip.

Veilige kilometers en tot ziens.

Noor

Welk soort verlichting gebruik je?

Tijdens mijn rijbegeleidingen krijg ik regelmatig de vraag welk ‘plaatje’ bij welke verlichting hoort en welke verlichting er wanneer gevoerd moet worden. Vandaar dat ik een overzicht van de diverse soorten autoverlichting geef.

Dimlicht

Dimlicht

Dimlicht is de verlichting die je standaard moet voeren wanneer het donker is. Als het zicht verminderd wordt door mist, hagel, regen of sneeuw, gebruik je dit licht ook overdag.

Bij ingeschakeld dimlicht branden zowel de koplampen, de achterlichten als de kentekenplaatverlichting. Het heet ‘dimlicht’ omdat je geen tegenliggers kunt verblinden. Vooral het gebied recht voor de auto en de berm rechts daarvan worden verlicht, maar niet het deel waar tegenliggers rijden.

Stadslicht

StadslichtStadslicht is bedoeld om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken. Bij stadslicht branden de achterlichten, de kentekenplaat-verlichting en twee kleine lampjes aan de voorkant. Die lampjes aan de voorzijde maken het voertuig wel zichtbaar, maar verlichten niet het weggedeelte voor de auto.

Het is niet toegestaan om op momenten dat verlichting verplicht is alleen met stadslicht te rijden. In die gevallen moet je dimlicht aan, of bij mist de mistlampen voor. Stadslicht is verplicht als je ’s nachts (of bij slecht zicht overdag) buiten de bebouwde kom of op de rijbaan parkeert.

Grootlicht

Grootlicht

Het grootlicht zorgt voor een maximale verlichting van de weg voor de auto. Anders dan bij dimlicht is de lichtbundel verblindend voor medeweggebruikers. Je mag grootlicht daarom alleen ’s nachts voeren, mits je geen medeweggebruikers verblindt. Dat geldt ook voor tegemoetkomende voetgangers.

Mistlicht

Een mistlamp geeft zeer fel licht, en is bedoeld om ook in een mistbank zichtbaar te zijn. Je mag deze lichten in andere situaties niet voeren, omdat ze dan vervelend zijn voor medeweggebruikers. Op het onterechte gebruik van mistlampen staat een boete.

Mistlamp voorMistvoorlicht geeft aan de voorkant van de auto een brede, niet verblindende lichtbundel die laag valt. Hij valt laag om onder de mistbank door de weg te verlichten. Gebruik tijdens dichte mist nooit groot licht, omdat de mist het licht terugkaatst en je daardoor zelf verblindt kunt raken.

MistachterlichtHet mistachterlicht mag alleen worden gebruikt als het zicht door mist of sneeuwval minder is dan 50 meter. LET OP: bij zware regenval mag het mistachterlicht niét gebruikt worden omdat het dan verblindend werkt!

Dat het een ieder helder mag zijn.

Met verlichte groet,

Noor

Kijken en waarnemen tijdens het autorijden

Autospiegels

Binnenspiegel – buitenspiegel – dode hoek! Klinkt je dat bekend in de oren (uit een ver verleden)?

Bij veel van mijn cliënten is het goed gebruiken van de spiegels weggezakt of wordt als niet zo nodig gezien. “Ik kijk toch goed”. Nu ben ik op het moment bezig met een rijbegeleidingstraject en mijn cliënte bekijkt het ‘spiegel-trio’ minimaal drie keer voordat ze van rijstrook wisselt. En dan roept ze nog: “ik zie niks”, “ik weet niet of er toch ineens wat in mijn dode hoek zit”, “ik kijk voor de zekerheid maar wat vaker”. Ook hier geldt: teveel is niet goed.

Kijken en waarnemen

Kijken is niet hetzelfde als wáárnemen, zién. Je kan wel kijken, maar ZIE je ook iets? Het gaat er om of je werkelijk de omgeving ‘scant’. Met andere woorden, kan je voorspellen (voorzién) hoe de situatie zich gaat ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij het naderen van een voorrangsweg (hopelijk heb je überhaupt het bord gezien). Breng je op tijd je snelheid naar beneden zodat je de tijd hebt om te kijken hoe de situatie is en óf je veilig de voorrangsweg op kunt rijden. Dan wel moet je op het allerlaatste moment beslissen of je wel of niet de weg op kunt en alsnog eventueel een noodstop maken.

Nog een voorbeeld. Zie je in de verte een verkeerslicht op rood springen: rij je dan met dezelfde snelheid door tot vlak voor het verkeerslicht en rem je op het allerlaatste moment of reageer je meteen door je snelheid aan te passen en rustig naar het verkeerslicht toe te rollen en eventueel alweer door te kunnen rijden omdat het licht op groen gaat?

Rijstrook wisselen

Bij het wisselen van rijstrook, invoegen en uitvoegen, kijk je in je binnenspiegel, buitenspiegel én over je schouder = dode hoek. Zoals ik in een eerdere blog schreef, is de binnenspiegel bepalend voor de afstand tussen jou en de auto waar je voor wilt gaan rijden. Zie je de koplampen van die auto in de binnenspiegel dan is er genoeg ruimte.

Gedurende de rijbegeleiding laat ik cliënten dat altijd letterlijk zien door zodanig file te parkeren dat de koplampen nog zichtbaar zijn. Dan laat ik de cliënt uitstappen om te kijken hoeveel ruimte er nog tussen onze en de achterstaande auto is. “Jeetje dat is best veel zeg” krijg ik dan altijd te horen.

Tot ZIENS.

Noor