Uit het rijangsdagboek van Rachel 10

Winterjas

“Zo lekkere dikke winterjas heb je aan, het lijkt wel een slaapzak joh”, begon Noor toen we net in de auto zaten. “Ja lekker hè” reageerde ik. “Nou, het zal wel warm zijn maar het is niet zo veilig omdat je gordel niet goed meer past.” “Hoezo dat dan?” vroeg ik. “Door de dons sluit je gordel niet goed strak aan en werkt ie niet bij een aanrijding.” Dus toen heb ik mijn jas maar uit gedaan en de verwarming aan. “Trouwens, dat geldt ook voor kinderen met een winterjasje in een kinderzitje” ging Noor nog even verder, “ik heb eens een filmpje gezien waarin ze demonstreerde wat er met het kind gebeurd als je ergens tegenaan gaat: wordt uit het jasje gelanceerd!”.

Ondertussen waren we al gaan rijden. Ik vond het best spannend want er lag her en der nog sneeuw. Opeens vraagt Noor mij wat het bord voor ons betekent. Het was voor mij niet goed te herkennen omdat het met sneeuw bedekt was. “Welke vorm heeft het?” vroeg Noor.  Pfff, dat ding was vierkant op z’n punt. Ik zat wat te hakkelen met een rooie kop. Ik kon alleen maar afgaan op de vorm. “Wat dacht je van: je rijdt op een voorrangsweg”, grijnsde Noor. “Je denkt dat je de borden kent, maar is dat ook zo? Er is een aardige app van Verjo:  Verjo bordentrainer. Leuk ding hoor.”

Communicatie

“Zo, dan gaan we het nu maar eens hebben over de communicatie in het verkeer, of beter de ‘mis-communicatie’. Ik ben van mening dat de communicatie in het sociale verkeer wordt weerspiegeld in het rijdende verkeer. Hoe a-socialer de sociale communicatie hoe slechter de communicatie in het (auto)verkeer.”

“Hoe bedoel je, waar merk je dat dan aan?” vroeg ik. “Nou, bijvoorbeeld de welbekende middelvinger als een bestuurder iets niet zint. En, wat ik erger vind, het niet richting aangeven bij het wisselen van rijstrook of bij afslaan. Ik vraag cliënten die géén richting aangeven waarom ze dat niét doen. Krijg ik als reactie: Nou, ze zien toch wat ik ga doen! Hoezó zien medeweggebruikers dat, waaraan? Dat is zoiets als “Mijn partner wéét toch wat ik wil.” Hoezó weet die dat als jij niet zégt wat je wilt!”

“OK, dus als ik echt wil communiceren met medeweggebruikers, moet ik áltijd richting aangeven bij zijdelingse verplaatsingen. Dus als ik wil inhalen, geef ik dat aan en als ik weer terugga naar de rechter rijstrook na het inhalen, geef ik dat ook weer aan.” “Helemaal correct”. “Maar op rotondes dan, daar snap ik niks van. De een doet het wel de ander niet”.

Rotondes

“Kijk”, antwoordde Noor, “als je een rotonde beschouwt als een kruispunt in een cirkel, is het eenvoudig, toch? Ga je ¼ (= rechts) dan geef je vóór het oprijden van de rotonde richting aan naar rechts totdat je de rotonde hebt verlaten. Ga je ½ (= rechtdoor) dan geef je ná de eerste zijweg richting aan naar rechts. En wil je ¾ rond (= links), dan laat je dat vóórdat je de rotonde opgaat weten door richting aan te geven naar línks. Halverwege geef je dan richting aan naar rechts en verlaat je de rotonde”.

We waren nog geen half uur bezig en ik was al aan een pauze toe.

Rachel