Uit het rijangstdagboek van Rachel 19

Helpende handen

Voordat we gingen rijden, wilde Noor eerst een interventie doen: helpende handen. Ze stelde dat voor omdat ik enerzijds de snelweg op wil en anderzijds niet durf. Volgens Noor kan zo’n innerlijk conflict heel mooi met behulp van deze hypnotische interventie worden uitgewerkt. OK, interessant.

Noor legde uit hoe het zou gaan en toen moest ik mijn onderarmen strekken en mijn handpalmen naar boven keren. Ik hoefde me alleen maar op mijn handen te concentreren terwijl Noor ondertussen van alles zei (kan me er eigenlijk niks van herinneren). Nou, wat er allemaal gebeurde weet ik niet maar het was zó apart. Ik voelde mijn angst verminderen terwijl mijn zelfvertrouwen groeide ten aanzien van de snelweg.

Handen aan het stuur

Toen we in de auto richting snelweg zaten werd ik toch een beetje nerveus. Ik zei tegen Noor dat ik bang was dat ik geen controle meer over mijn stuur zou hebben. “Dan neem ik het stuur toch van je over,” zei ze. “Huh, dat kan toch helemaal niet?” “Tuurlijk. Ik zal het even met je oefenen en als jij dan op de snelweg het idee hebt dat ik je moet helpen, dan zeg je het maar.” We reden een stukje verder en toen vroeg Noor “Ben je er klaar voor, dan neem ik het stuur over. Leg je handen maar op je benen.” En toen stuurde zij gewoon. Liet ook zien dat ze een bocht in kon sturen. Héél spannend maar ook erg fijn om te weten.

Snelweg of snel weg?

We kwamen in de buurt van de snelweg. Vlakbij nog een tankstation. “Mag ik even moed verzamelen bij het tankstation?” vroeg ik. Toen we daar stilstonden stelde ik voor om de snelweg de volgende keer te doen. “Nee” zei Noor met uitgestreken gezicht, “je betaalt toch niet een hoop geld om mij mee te laten gaan in jou vermijdingen?” Tja, daar zei ze zo wat. “Hoe lang wil je mij nog naast je in de auto hebben,” ging ze onverstoorbaar door. “Ik voel een bal in mijn buik,” prevelde ik. “OK, ga daar met je aandacht naar toe. Hoe groot is die bal?” vroeg Noor. Het voelde als vuistgrootte. “Kijk of je de bal kleiner kan maken, zo klein als een pingpongballetje, die zo lekker licht stuitert.” Dat lukte me, zelfs het stuiteren kon ik voelen.

“Mooi,” zei Noor, “en dan nu stuiterend van opgewonden nieuwsgierigheid een stukje de snelweg op!”