Uit het rijangstdagboek van Rachel 23

Het was me het hersenwerk(en) vandaag wel zeg. Tijdens onze eerste stop vertelde ik Noor dat ik vrachtwagens eng vind. Ze pakte meteen pen en papier en zei “schrijf je gedachte op”. Braaf schreef ik ‘ik vind vrachtwagens eng’. “Hmm Hmm,” mummelde Noor, “hoe voelt het om naar die zin te kijken?” “Ja, dat voelt beklemmend.” “Mooi, schrijf dan onder die zin: ik heb de gedachte dat ik vrachtwagens eng vind.” Dat deed ik en ik moest ook naar deze zin goed kijken en ervaren wat het met me deed. “En, hoe is het om naar deze zin te kijken?” “Ja, gek eigenlijk,” antwoordde ik, “het voelt minder beklemmend.” “OK, nog één. Schrijf op: ik merk dat ik de gedachte heb dat ik vrachtwagens eng vind.” Toen ik dat had gedaan en ook naar deze zin had gekeken, voelde het nog minder beklemmend, haast gewoon! “Hoe kan dat nou?” vroeg ik.

Fusie en defusie

“Ons verstand kan gevoelens opwekken op basis van hersenspinsels. Die gedachten hebben een bepaalde lading gekregen. Je hebt dus een samengaan/samensmelting, fusie, gecreëerd: vrachtwagens zijn eng met als gevolg een beklemmend gevoel. Defusie, ontkoppeling/afstand nemen, helpt de lading te veranderen. Dus je leert je gedachten op te merken zonder er in mee te gaan. Je hébt gedachten, je bént niet je gedachten.” “Ja, dat zeg je wel vaker hè, maar nu voel ik het ook echt. Grappig zeg.”

Tunnel

We gingen weer verder, richting tunnel. Ook spannend. Ik had wel al ontdekt dat de ene tunnel de andere niet is. Voor mij maakt het erg veel uit hoe de weg er naar toe is. Heb ik ‘uitzicht’ of zitten er wanden of geluidswallen vóórdat ik de tunnel inrijd. We waren in de tunnel en dat vond ik wel benauwend en zei dat tegen Noor. “Waar kijk je naar,” vroeg ze. “Ik zie de hele tijd die wand op me afkomen,” antwoordde ik. “Ga eens ruimte zoeken, dus kijk links vóór je uit en neem bewust de ruimte waar.” “Jeetje, dat scheelt zeg en ik zie ook al het einde van de tunnel!” “Goed zo, nog een rondje A10.”

Rachel