Uit het rijangstdagboek van Rachel 28

“Nou Noor je stond er mooi op hè!” “Wat bedoel je?” “Dat artikel in het Noord-Hollands Dagblad.” “O, ja, leuk artikel, maar hoe weet jij dat, je leest toch een andere krant?” “Ja, maar ik was bij mijn nicht in Heerhugowaard en zij liet het mij zien. Ze weet dat ik wat aan mijn rijangst doe, maar niet bij wie. Dus ze dacht nog een tip voor mij te hebben, haha ze wist niet dat die kale kop in die spiegel mijn verkeersangst-therapeut is. Heb je het nu heel druk gekregen?” “Er hebben de nodige mensen contact gezocht naar aanleiding van het artikel. Nu kan ik weer meer buiten Amsterdam werken. Het blad heeft nl een flink bereik, ook in het Gooi (Gooi en Eemlander) wordt het goed gelezen.”

Zweten en gillen

“Lekkere titel trouwens ‘Zweten en gillen op de snelweg’, doen mensen dat echt?” “Soms wel, in ieder geval wordt er flink gezweet. Gillen doen ze meestal als ik er niet bij ben. Maar over de snelweg gesproken, hoe is het met invoegen?”

“Ehh, ik heb de theorie bestudeerd maar ik vind het nog steeds eng om te doen. OK ik weet dat ik snelheid moet maken op de invoegstrook en ¾ van de strook moet gebruiken. Maar dan moet ik ERTUSSEN!”

Groepjes voertuigen

“Luister Rachel, ik ga je iets verklappen. Als je op de oprit naar de snelweg toe rijdt maar ook op de invoegstrook, kan je al zien hoe de verkeersdrukte is. Dan zie je dat auto’s in groepen rijden. Als het druk is (=een groep) dan komt er altijd een gat oftewel minder drukte. Daar maak je gebruik van. Overigens zie je dat bij fietsers ook. Let maar eens op als je door de stad fietst en je wilt oversteken.

Kom, dan gaan we nu naar de auto-groepen op de snelweg kijken.”

Rachel